Tentakel 41

Tentakel 41

Nummer 41 - 26 juni 2018

5000, wat nu?

Het 5000-soortenjaar Hollandse Duinen heeft zijn doel sneller gehaald dan verwacht. Oorspronkelijk was het idee dat de 5000ste met enige moeite in oktober gehaald zou worden. In werkelijkheid werd de 5000ste soort al voor het begin van juli gevonden.

De waarnemingen op Waarneming.nl moeten echter nog wel worden opgeschoond en de verwachting is dat misschien wel enkele honderden soorten gaan afvallen door gebrek aan bewijs.

Daar staat tegenover dat een groot aantal soorten, waargenomen tijdens de bijeenkomsten van de Nederlandse Entomologische Vereniging, niet zijn ingevoerd. Ook het materiaal uit de malaisevallen moet nog worden uitgewerkt (veel vliegen, muggen en parasitaire wespen).

Met het halen van de doelstelling stopt het project niet. Het echte doel is natuurlijk een zo compleet mogelijke, en veel soortgroepen omvattende, inventarisatie van de Hollandse Duinen. Komende tijd gaat het werk gewoon verder en gaan we ons iets meer richten op de slechter bezochte gebieden ten zuiden van Den Haag en nabij Hoek van Holland.

Op hollandseduinen.waarneming.nl is per soortgroep een lijst te vinden van de waargenomen soorten vóór 2018 en in 2018. Daarop kan je zien dat er voor elke groep nog wel soorten zijn die wel in het gebied voorkomen maar nog niet zijn teruggevonden. Met een zonnige insectenzomer en een natte paddenstoelenherfst moet het mogelijk zijn om de lijst te laten groeien tot 7.000.

Vincent Kalkman

top

Hommelnestzoekactie

In iedere tuin met bloemen vliegen hommels rond. Je ziet ze vaak van bloem naar bloem vliegen met klompjes stuifmeel aan de achterpoten. Dat stuifmeel moet naar het nest als voedsel voor de jongen. Maar ... waar is dat nest? De meeste hommels nestelen in de grond, bijvoorbeeld in een oude muizengang, maar er zijn ook hommels die een nest maken in ruige vegetatie of die een nestkastje van mezen gebruiken. Onderzoekers van EIS Kenniscentrum insecten, De Vlinderstichting en Naturalis willen graag weten welke plekken hommels allemaal gebruiken voor een nest. Om daar achter te komen organiseren we een hommelnestzoekactie.

Meedoen?
Meedoen is simpel. In het weekend van 7-8 juli ga je bij lekker weer in de tuin zitten. Je kijkt dan een half uur lang een stuk van ongeveer 6 vierkante meter af en let daarbij op de hommels. Als je hommels vaak in een bepaalde hoek verdwijnen dan kan je daar eens wat dichterbij gaan staan. Wie weet ontdek je wel een hommelnest. Bij een in Engeland uitgevoerde telling bleek dat op deze manier ongeveer een kwart van de mensen een hommelnest ontdekte. Als je een nest ontdekt probeer dan te achterhalen welke soort het is.

Gevaarlijk?
Een hommelnest in de tuin, is dat niet gevaarlijk? Nee hoor! Heel veel mensen hebben een hommelnest in de tuin zonder het zelf te weten. De hommels zijn gewoon bemoeien zich alleen met hun eigen zaken en laten mensen met rust zolang wij ze ook met rust laten.

Doorgeven
Doorgeven van de je waarnemingen kan door een mailtje te sturen naar eis@naturalis.nl. Vul daarbij onderstaande vragenlijst in. Als je een nest hebt gevonden willen we graag ook de soortnaam weten. De soorten kan je op naam brengen met de Herkenningshulp Hommels. Indien mogelijk, ontvangen we heel graag een foto van de dieren die uit het nest komen. Geef altijd door als je geteld hebt, ook al vind je niets!

Uitgraven
In hommelnesten leven allerlei andere dieren. Het gaat daarbij deels om parasieten maar ook om dieren die samenleven met hommels. Wij zijn benieuwd naar welke dieren in hommelnesten zijn te vinden en willen daarom graag een aantal nesten verzamelen. Dat doen we in de nazomer, als de hommels het nest al hebben verlaten. Vind je een nest, laat dan weten of wij het mogen ophalen.

Voor vragen: Vincent Kalkman.


VRAGENLIJST


Naam:

Adres van tuin waar gezocht is:

Datum telling:

Nest gevonden: ja/nee

Soort: boomhommel / akkerhommel / steenhommel / weidehommel / tuinhommel / aardhommel-groep

Plaats van nest: holletje in grond / tussen vegetatie bovengronds / in nestkast / in muur of gebouw / in boomholte / anders, namelijk:

Kan het nest in de nazomer worden verzameld: ja / nee

Vind je een hommelnest in je tuin dan komen wij misschien dit najaar bij u langs om hem uit te graven. Op die manier kunnen we meer leren over parasieten die in hommelnesten leven.

top

Oproep: Rivierrombouttelling

De uitsluiptijd van de rivierrombout (Gomphus flavipes) is begonnen! Larven van deze libel kruipen uit de rivier de strandjes op. Daar barst het huidje van de larve open en de libel 'sluipt uit'. De Vlinderstichting, EIS Kenniscentrum Insecten en Waarneming.nl organiseren daarom voor de vierde keer een landelijke rivierrombouttelling.

De rivierrombout is een vrij zeldzame libel, kenmerkend voor het rivierengebied. De soort is Europees beschermd. Sinds de herontdekking van de soort in Nederland halverwege de jaren '90 is gebleken dat hij langs een groot deel van de grote rivieren aangetroffen kon worden. Veel waarnemers hebben toen naar de soort gezocht, maar in de jaren daarna werd er minder op gelet. Er zijn aanwijzingen dat de rivierrombout de laatste jaren is afgenomen, mogelijk als gevolg van de uitbreiding van exotische grondelsoorten (roofvissen). Maar goede informatie ontbreekt om daadwerkelijk een trend te kunnen vaststellen en een dergelijke hypothese te onderzoeken. Door met zoveel mogelijk waarnemers in de uitsluiptijd van de rivierrombout naar de soort te zoeken kunnen we gezamenlijk het verspreidingsbeeld actualiseren. Dus doe mee en zoek rivieroevers af op zoek naar deze bijzondere libel!

Wanneer? De rivierrombout is het beste te inventariseren door te zoeken naar larvenhuidjes en vers uitgeslopen libellen. De oudere libellen vliegen namelijk weg van de rivier en zijn dan moeilijk op te sporen. Het uitsluipen van larve tot imago gebeurt in de periode juni-juli. De eerste uitsluipende dieren van 2018 zijn al weer gezien. De simultaantelling duurt daarom dit jaar van 15 juni t/m 23 juli. Hoe zoeken? Uitsluipende larven en dus ook de lege larvenhuidjes kunnen overal langs de grote rivieren gevonden worden, meestal op zandstrandjes en keien aan de basis van rivierkribben. Loop zo'n locatie zigzaggend af en zoek goed naar in het kale zand liggende huidjes. Vaak liggen de huidjes op enige meters van het natte zand, in de 'aanspoelzone'. Dat is de hoogste lijn waar golfslag van de rivier nog net komt en waar veel aangespoeld materiaal ligt. De huidjes zijn licht en waaien makkelijk weg. Kijk daarom extra goed in hoekjes waar weggewaaid strooisel terecht komt. Hier liggen vaak meerdere huidjes bij elkaar. Ook jonge, pas uitgeslopen imago's kunnen gevonden worden. Deze bevinden zich vaak in de ruigte achter de zandstrandjes. Ze vliegen weg bij benadering en vallen dan op door hun nog bleke verschijning en zwakke vlucht. Vaak gaan ze een klein stukje verderop weer zitten, zodat ze goed bekeken (en gedetermineerd) kunnen worden. Maak indien mogelijk een foto van alle huidjes en imago's die je aantreft, ter documentatie, want er zijn meer soorten die langs de rivieroever te vinden zijn.

Geef je waarnemingen door op Waarneming.nl of gebruik de app ObsMapp. De voortgang van de simultaantelling wordt dan direct inzichtelijk gemaakt op deze website. Ook gegevens die zijn ingevoerd via Telmee of de app NDFF-invoer worden gebruikt, maar deze waarnemingen zijn niet direct zichtbaar op die website. Maak zo mogelijk een foto van het huidje of de libel ter documentatie en voer die in bij je waarneming. Ook nulwaarnemingen zijn belangrijk! Het is niet alleen belangrijk om te weten waar de soort gevonden wordt, maar ook waar wel goed naar de soort is gezocht, maar waar hij niet is gevonden. Het is daarom mogelijk gemaakt om voor deze soort nulwaarnemingen in te voeren. Dus als je goed gezocht hebt in geschikt habitat, (richtlijn: minimaal een kwartier per 100 meter oever), vergeet dan niet een nulwaarneming in te voeren. Breng je alleen een flitsbezoek en vind je de soort niet, voer dan ook geen nulwaarneming in.

top

Oproep: Vliegend hert monitoring

Het vliegend hert is een van de meest imposante insecten van ons land. Vooral de mannetjes spreken tot de verbeelding met hun grootte tot wel 9 centimeter en de overmatige geweivormige kaken die ze als ware gladiatoren torsen op hun kop. Ondanks hun markante verschijning weten we nog verrassend weinig over het vliegend hert, en dat terwijl de soort internationaal wettelijk beschermd is.

De verspreiding hebben we redelijk in beeld, maar van een trend weten we helemaal niets om dat er niet op een structurele en gestandaardiseerde manier geteld wordt. Samen met de provincie Gelderland gaan we proberen daar verandering in aan te brengen door een start te maken met een netwerk van monitoringsroutes. Qua methode sluiten we aan bij hetgeen er momenteel ook in andere landen in Europa wordt uitgevoerd, zodat we op termijn niet alleen trends kunnen berekenen voor Nederland, maar die ook onderling kunnen vergelijken, en mogelijk zelfs uiteindelijk voor heel Europa een trend kunnen genereren.

Methode
De methode is vrij eenvoudig en hoeft niet veel tijd te kosten. Een transect is 500 meter lang en wordt met een lage en constante snelheid gelopen zodat het 30 minuten duurt om het hele transect af te lopen. De start van het transect is 15 minuten voor zonsondergang tot 15 minuten erna. Tijdens het lopen wordt in een denkbeeldige kooi van 5 meter aan weerszijden evenals boven de waarnemer en 10 meter vooruit alle vliegende herten, zowel dood als levend, genoteerd. De route wordt één keer per week gelopen op de warmste avond, beginnend vanaf eind mei en wordt minimaal 6 weken achtereen gelopen, maar bij voorkeur 8 keer. Uiteraard zou het fijn zijn als de betreffende monitoringsroute de komende jaren uitgevoerd zou kunnen worden.

Aanmelden
Mensen die interesse hebben om een route te lopen kunnen contact opnemen met John Smit. De voorkeur gaat momenteel uit naar routes op de Veluwe, dit in verband met de efficiëntie van het instrueren en begeleiden van de vrijwilligers. Maar routes elders zijn uiteraard ook mogelijk. Daarnaast blijven wij ook altijd geïnteresseerd in losse waarnemingen, van waar ook uit Nederland. Deze kunnen bij voorkeur ingevoerd worden op Waarneming.nl, gelieve daarbij het liefst zoveel mogelijk details te beschrijven, maar in ieder geval het geslacht en het aantal individuen en het liefst ook een foto. Alleen waarnemingen voorzien van een foto kunnen gevalideerd worden.

Illustratie: Studiolae

top

Bijeenkomst: Centraal-Europese cicadenbijeenkomst

Van 14 tot 16 september 2018 vindt in Postillionhotel Arnhem de 25e Centraal-Europese cicadenmeeting plaats. Dit internationale treffen dient tot een kennisuitwisseling tussen Europese onderzoekers van cicaden en zal bestaan uit presentaties en excursies.

De laatste jaren is er in Nederland een toenemende belangstelling voor cicaden. Dankzij een toegenomen verzamelactiviteit is de soortenlijst voor Nederland sinds 2011 met 26 soorten (7%) gegroeid.

De bijeenkomst wordt georganiseerd om de positie van Nederland als cicadenland op de internationale kaart te versterken.

De bijeenkomst wordt mede mogelijk gemaakt door de Uyttenboogaart-Eliasen Stichting.

Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Roel van Klink of Kees den Bieman; 06-21543207.

top

Verenigingsdagen en excursies van de Nederlandse Malacologische Vereniging

Tijdens de verenigingsdagen worden schelpen en slakken gedetermineerd. Ook niet-leden met determinatievragen zijn van harte welkom. De bijeenkomsten zijn van 10.00-16.30 uur.

De entree is gratis. Locatie, in elk geval tot eind oktober:

Botanie gebouw Naturalis
Nieuwenhuizenweg 19
2314 XP Leiden

De verenigingsdagen worden gehouden op de volgende zaterdagen:
  • 23 juni 2018
  • 25 augustus
  • 22 september
  • 27 oktober
  • 24 november
  • 15 december
Voor meer informatie kun je contact opnemen met Sylvia van Leeuwen.

Excursies van de Nederlandse Malacologische Vereniging

In het najaar organiseert de NMV drie excursies:
  • 30 juni - Zuidoost Friesland
  • 29 september - Schokland
  • 13 oktober - Wadden, dagexcursie Terschelling
  • 10 november - Steen- en strandexcursie 'Hollands Duin'
Niet-leden met belangstelling voor schelpen en slakken zijn van harte welkom.

Voor nadere informatie en aanmelding kun je contact opnemen met Jaap de Boer van de excursiecommissie.

top

Rapport: Analysis of insect monitoring data from De Kaaistoep and Drenthe

In oktober 2017 kwam het nieuws naar buiten dat in Duitse natuurgebieden, net over de grens bij Venlo, de totale biomassa aan vliegende insecten in de periode 1989-2016 met 75 procent is afgenomen. Omdat insecten vele belangrijke rollen in het ecosysteem spelen, mag verwacht worden dat een dergelijk sterke achteruitgang enorme gevolgen heeft voor het ecosysteem. Vandaar dat al snel de vraag gesteld werd, wat in ons land de trend van de insectenstand is.

De Vlinderstichting berichtte dat het aantal dagvlinders (geteld tijdens gestandaardiseerde transecten binnen het Netwerk Ecologische Monitoring) in deze periode ook flink is afgenomen. De meeste soorten dagvlinders zijn in 25 jaar met 35 procent in aantal achteruit gegaan; soorten die alleen in natuurgebieden voorkomen in diezelfde periode zelfs met 65 procent. Helaas zijn er voor andere soortgroepen insecten niet zulke landsdekkende meetnetwerken beschikbaar. Wel zijn er enkele individuele locaties waar langlopende gestandaardiseerde waarnemingen zijn gedaan.

In deze studie worden twee langlopende datasets geanalyseerd: vangsten op licht van nachtactieve insecten in De Kaaistoep nabij Tilburg door KNNV Afdeling Tilburg en vangsten van loopkevers in potvallen in Drenthe door het biologisch veldstation Wijster.

Het nieuwe onderzoek is verricht door wetenschappers van de Radboud Universiteit en EIS Kenniscentrum Insecten in opdracht van Natuurmonumenten. Hierover valt meer te lezen in dit Natuurbericht, de Nederlandstalige samenvatting van het rapport en het volledige rapport in het Engels.

Hallmann, C.A., Th. Zeegers, R. van Klink, R. Vermeulen, P. van Wielink, H. Spijkers & E. Jongejans 2018
Analysis of insect monitoring data from De Kaaistoep and Drenthe
Department of Animal Ecology and Physiology, Faculty of Science, Institute for Water and Wetland Research, Radboud University, Heyendaalseweg 135, 6525 AJ Nijmegen, The Netherlands, 39 pp.

top

EIS bij Vroege Vogels

Doe mee met onderzoek vliegend hert

Het vliegend hert is het grootste insect dat je in Nederland kan tegenkomen: zo'n 8 tot 9 cm kan de kever worden. Alleen de mannetjes hebben de bekende gewei-vormige kaken. De vrouwtjes zien er minder opvallend uit, ze missen deze markante kaken en zijn veelal een stuk kleiner. Vliegende herten kan je tegenkomen op warme zomeravonden langs bosranden die op het zuiden liggen. Ondanks hun markante verschijning is er nog verrassend weinig bekend over het vliegend hert, en dat terwijl de soort internationaal wettelijk beschermd is.

Vliegend hert zoeken op de Veluwe
John Smit van EIS Kenniscentrum Insecten is, behalve geïnteresseerd in alle waarnemingen van het vliegende herten, op zoek naar vrijwilligers die bij hun in de buurt een vast traject willen lopen (een zogeheten transect) om daar alle vliegende herten te inventariseren. Op die manier moet er een heel monitoringsnetwerk ontstaan. De methode is vrij eenvoudig en hoeft niet veel tijd te kosten. Een transect is 500 meter lang en wordt rond zonsondergang één keer per week met een lage en constante snelheid gelopen zodat het 30 minuten duurt om het hele transect af te lopen.

Kijk voor meer informatie en meld je aan om mee te doen.

Het radio-fragment uit de uitzending van Vroege Vogels van vrijdag 8 juni is hier te beluisteren.

top

Nieuws van Bestuivers.nl

Ook Britse zomerbijen doen het slecht
In Nederland was al aangetoond dat bijensoorten met een vliegtijd in de zomer veel sterker achteruit zijn gegaan dan soorten die alleen in het voorjaar vliegen. Dit blijkt ook in Groot Brittannië het geval, aldus een recent verschenen onderzoeksartikel in het tijdschrift Biological Conservation.

Scheper et al. (2014) brachten de sterkere afname van Nederlandse zomerbijen in verband met de verminderde beschikbaarheid van bloemen in de zomer in agrarische landschappen, met name van vlinderbloemen (bijv. klavers, rolklavers, wikkes) en lipbloemen (bijv. dovenetels, andoorns, zenegroen). Ook Balfour et al. (2018) zien een dergelijke afname van zomerbloemen in hun land. Voorjaarsbijen zouden het volgens hen onder andere minder moeilijk hebben omdat er in het voorjaar nog veel bloeiende bomen zijn.

Het artikel is hier te vinden.


Aziatische bijensoort belandt in Italië
Tussen 2011 en 2016 zijn vijf exemplaren van de Oost-Aziatische bijensoort Megachile disjunctiformis gevonden in het Noord-Italiaanse Bologna. Dit schrijven Italiaanse onderzoekers in het tijdschrift Bulletin of Insectology. Vooralsnog lijkt de soort zich niet sterk uit te breiden, maar de herhaalde vondsten duiden wel op lokale voortplanting. Hoe de soort in Italië is terechtgekomen is niet bekend, maar mogelijk zijn er dieren geïmporteerd via internationaal houttransport. Net als veel andere Megachile-soorten (behangersbijen) nestelt deze soort in dood hout.

Het is niet de eerste keer dat een Aziatische bij in Europa belandt. De Aziatische mortelbij Megachile sculpturalis vestigde zich al eerder in Zuid-Europa en breidt zich sindsdien sterk uit.

Lees hier het artikel over de Italiaanse vondsten van Megachile disjunctiformis.

Lees hier meer over de Aziatische mortelbij Megachile sculpturalis.


Overige berichten
Menno Reemer

top

Handboek voor bijenfans

In de lommerrijke wei van de Elspeetse bijenstal van Wouter van Bronswijk werd op vrijdag 11 mei het "Handboek voor bijenfans" ten doop gehouden. Burgemeester Van de Weerd uit Nunspeet overhandigde de eerste exemplaren van het boek aan Rinus en Willem van de Beek, de jongste imkers van Nederland. Een logische keus, want het kersverse bijenboek van kinderboekenschrijver Gerard Sonnemans en natuurillustrator Jasper de Ruiter is geschreven voor de jeugd.

Ruim drie jaar geleden sloegen Sonnemans en De Ruiter samen met een heel team van natuurliefhebbers de handen ineen om een nieuwe generatie bijenfans op te laten staan. Uitgangspunt vormde de zorgwekkende afname van de bijenpopulaties in de afgelopen decennia. Met het "Handboek voor bijenfans" en de website bijenfans.nl wilden zij jong en oud waarschuwen voor de gevolgen van het menselijk gedrag dat ten grondslag ligt aan dit probleem. Maar als snel realiseerden zij zich dat een boek vol doemverhalen niet het meest geschikte middel is om een verandering in denken en doen in gang te zetten.

De bij is een fascinerend schepsel. Ze brengt kleur, geur en smaak in ons leven. Niet alleen de honingbij, maar ook de honderden soorten wilde bijen. We hebben alle reden om dat nijvere beestje te koesteren. Dát moest de insteek worden voor het "Handboek voor bijenfans": het opwekken van de liefde voor de bij.

Het resultaat is een informatief boek over solitaire bijen, koekoeksbijen, hommels, honingbijen en hun samenwerking met de bloemen. Het slothoofdstuk gaat in op de relatie tussen mens en bij. De 173 pagina's staan boordevol betoverende illustraties en toegankelijke teksten. Het boek is niet alleen een aanrader voor de jeugd, maar ook voor (volks)tuinders, hoveniers, natuurbeheerders, stadsgroenplanners en iedereen die bijen een warm hart toedragen.

Inkijkexemplaar en bestelinformatie zijn hier te vinden.

Sonnemans, G. & J. de Ruiter 2018
Handboek voor bijenfans
Uitgeverij Menuet, 168 pp.
ISBN 9789491707148

top

Kijk op Exoten 22

In dit 23e nummer van Kijk op Exoten onder meer nieuws over de blauwe tuinplatworm (Caenoplana coerulea) en de Aziatische bosmug (Aedes japonicus).

Op de laatste pagina van de nieuwsbrief zie je hoe je je ook aan kunt melden.

Kijk op Exoten 23 is hier te downloaden.

top

Een monografie over de malacoloog Arthur Morelet

Degenen die met niet-mariene weekdieren werken, zijn mogelijk de naam Morelet al tegengekomen. Hij introduceerde meer dan 700 soortnamen in - momenteel - 84 verschillende families van land- en zoetwaterweekdieren. Wie was Arthur Morelet en wat is er geworden van zijn enorme collectie?

Pierre Marie Arthur Morelet (1809-1892) was een 'amateur'-wetenschapper die zich deels toelegde op het verzamelen van schelpen en deels op de botanie. Hij organiseerde verschillende expedities, waaronder die naar Cuba en Midden-Amerika (1846-1848) en de Azoren (1857) vooral opmerkelijk zijn. Zijn bijdragen aan de malacologie waren dus niet onbetekenend en we hebben zijn nalatenschap gereconstrueerd door een overzicht van archiefbronnen en zijn type materiaal in historische collecties van verschillende musea.

De resulterende monografie bestaat uit twee delen. In het eerste deel presenteren we een biografie, enkele opmerkingen over de verblijfplaats van zijn verzameling en meer dan 200 brieven aan toenmalige malacologen, zoals Crosse, Fischer, Baudon en Dautzenberg. Zijn contactnetwerk is gereconstrueerd met behulp van gegevens uit zijn correspondentie en zijn publicaties. Dit deel biedt een uniek zicht op de wereld van de malacologie in de tweede helft van de 19e eeuw. In het tweede deel wordt een bibliografie van Morelet gepresenteerd, evenals al zijn nieuw geïntroduceerde taxa, met gedetailleerde documentatie en figuren van de soort. Meer dan 80% van zijn typemateriaal is terug gevonden en originele figuren, als ze bestaan, zijn gereproduceerd voor de resterende soorten. Van de taxa vertegenwoordigd door schelpmateriaal, zijn meer dan 150 soorten nu voor het eerst afgebeeld. Het boek heeft indices voor zowel taxonomie als genoemde personen en is een must-have voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de malacologie en zich bezighoudt met niet-mariene weekdieren.

Het boek, met 544 pagina's en meer dan 1300 figuren, is op 23 juni 2018 gepubliceerd door de Nederlandse Malacologische Vereniging. Dankzij financiële steun van Association Cernuelle (Frankrijk), Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (België), Natural History Museum (Verenigd Koninkrijk ) en het Van Dalsum-legaat van de Nederlandse Malacologische Vereniging (Nederland), is de elektronische versie van het boek gratis beschikbaar op spirula.nl/andere-uitgaven/moreletEN. Een print-on-demand hardcover-versie van het boek is te bestellen op boekenbestellen.nl (zoeken naar titel of ISBN-nummer) voor € 67,50 (netto prijs, exclusief verzendkosten).

Breure, A.S.H., C. Audibert & J.D. Ablett 2018
Pierre Marie Arthur Morelet (1809-1892) and his contributions to malacology
Nederland Malacological Society, Leiden, 544 pp.
ISBN 978-90-815230-2-8 (PDF) / 978-90-815230-0-4 (p.o.d.)

top

Saproxylic Insects - Diversity, Ecology and Conservation

Dit boek biedt uitgebreide informatie over het leven van insecten in kwijnend en dood hout. Geschreven door vooraanstaande experts van over de hele wereld, bieden de vijfentwintig hoofdstukken die in het boek zijn opgenomen een compleet overzicht van de doodhoutbewonende insecten van de wereld waarbij de auteurs zich speciaal richten op de minder bestudeerde taxa en onderwerpen.

Het boek is verdeeld in vier delen:

Deel I Diversiteit bevat hoofdstukken over de belangrijkste ordes van doodhoutbewonende insecten (Coleoptera, Diptera, Hymenoptera, Hemiptera, Lepidoptera en Blattodea). Naast deze besprekingen op orde-niveau, worden in sommige hoofdstukken groepen van bijzonder belang, waaronder bestuivers, parasitaire Hymenoptera, mieren, vliegende herten en Passalidae (Coeloptera) en termieten behandeld.

Deel II Ecologie behandelt de insect-schimmel- en insecten-insecten interacties, voedselecologie, verspreiding, fenologie en verticale stratificatie.

Deel III Bescherming concentreert zich op het belang van oerbossen voor doodhoutgebonden insecten, geeft aanbevelingen voor het beschermen van deze organismen in beheerde bossen, bespreekt de relaties tussen doodhoutinsecten en branden, en behandelt de waarde van boomholten en sterk verrot hout voor deze insecten. Gebruik van niet-inheems hout door doodhoutinsecten en de geschiktheid van de stedelijke omgeving voor deze organismen worden ook behandeld.

Tenslotte belicht deel IV Methodologische vooruitgang de moleculaire hulpmiddelen voor het inventariseren van de diversiteit aan doodhoutgebonden insecten.

Een Google Books preview is hier te bekijken.

Ulyshen, M.D. (ed.) 2018
Saproxylic Insects - Diversity, Ecology and Conservation
Springer, 904 pp.
ISBN 978-3-319-75937-1 (E-book) / 978-3-319-75936-4 (hard cover)

top

Basisgids Spinnen

De ideale basisgids voor beginners en amateurs! De meeste spinnengidsen richten zich op determinatiekenmerken die voor de leek nauwelijks te onderscheiden zijn. Dit boek is anders: het is een praktische gids voor de gewone natuurliefhebber die graag de Nederlandse spinnen wil leren herkennen.

Het behandelt 70 algemene spinnensoorten, met compacte teksten en prachtige kleurenfoto's per soort gemaakt door o.a. Peter Koomen en Marnix Bos.
  • 70 Nederlandse spinnensoorten in één gids bijeen, rijk geïllustreerd
  • Achtergrondinformatie over spinnen, hun ecologie en voorkomen
  • Praktische tips voor herkenning, inclusief determinatiekenmerken
De Basisgids geeft achtergrondinformatie over de biologie van spinnen en aandachtspunten bij het spinnen kijken, inclusief informatie over webben, eicocons en gedrag. Een toegankelijk en grondig naslagwerk voor liefhebbers en vakmensen.

De basisgids verschijnt in september 2018.

Elfferich, C. 2018
Basisgids Spinnen
KNNV Uitgeverij, 144 pp.
ISBN 9789050116671

top

Veldgids Kevers van Europa

In Europa leven meer dan 15.000 soorten kevers. Die passen natuurlijk nooit allemaal in één gids. Maar met deze kevergids leer je wel de meest algemene én de meest opvallende kevers van Europa - ruim 750 soorten - van dichtbij kennen. De schitterende foto's tonen de kevers in al hun pracht, tot de wonderlijkste details van de microscopisch kleine soorten.

Kevers van Europa beschrijft meer dan 750 soorten, geeft tips voor determinatie en ecologische achtergrondinformatie. Deze gids is geschikt voor een breed publiek: van amateurs tot professionals.

  • 778 soorten algemene en opvallende Europese keversoorten
  • 165 platen met heldere kleurenfoto's van alle soorten
  • Uitleg over determinatie, biologie en voorkomen
De veldgids verschijnt in november 2018.

Albouy, V. & D. Richard 2018
Veldgids Kevers van Europa
KNNV Uitgeverij, 400 pp.
ISBN 9789050116664

top

Aantal netschildkevers (Lycidae) sinds 2016 meer dan verdubbeld

Het gaat goed met de doodhoutkevers in Nederland. In het laatste nummer van de Entomologische Berichten worden weer diverse nieuwe soorten voor onze fauna beschreven. Daaronder twee nieuwe netschildkevers: Platycis minutus en Dictyoptera aurora.

Bij de publicatie van de Catalogus van de Nederlandse kevers in 2010 waren nog slechts twee soorten uit Nederland bekend. Inmiddels zijn dat er vijf. Deze toename in het aantal soorten wordt mogelijk veroorzaakt door het de laatste decennia verbeterde bosbeheer waarbij minder dood hout uit de natuur verwijderd wordt.

Bronnen:
Colijn, E.O. 2018
Een vierde netschildkever voor Nederland: Platycis minutus (Coleoptera: Lycidae)
Entomologische Berichten 78 (3): 91-94

Noordijk, J. & Th. Heijerman 2018
Dictyoptera aurora, een nieuwe doodhoutkever voor de Nederlandse fauna (Coleoptera: Lycidae)
Entomologische Berichten 78 (3): 95-101

Foto Dictyoptera aurora: Marc de Winkel

top

Synchita undata, een nieuwe doodhoutkever voor de Nederlandse fauna

In 2014 werd Synchita undata, een kever uit de familie van de Zopheridae, voor het eerst in Nederland aangetroffen en in de jaren daarna op meer plaatsen. De soort is gebonden aan dood hout dat aangetast moet zijn door bepaalde schimmelsoorten.

Eerder, in 2011 en 2013, werd Synchita variegata verzameld, een doodhoutsoort die alleen uit Limburg bekend was van voor 1961; deze soort is nu vastgesteld voor de provincies Utrecht en Gelderland.

De vondsten van beide soorten tonen opnieuw aan dat de aanwezigheid van dood hout van belang is voor een rijke keverfauna en dat dood hout, zeker in bossen, niet verwijderd moet worden.

Bron:
Heijerman, Th., R. Jansen & C. van de Sande 2018
Synchita undata nieuw voor de fauna van Nederland en nieuwe vondsten van Synchita variegata (Coleoptera: Zopheridae)
Entomologische Berichten 78 (3): 82-87

Foto Synchita undata: Theodoor Heijerman

top

Corticeus fasciatus, wederom een nieuwe doodhoutkever voor de Nederlandse fauna

Tijdens een onderzoek naar het voorkomen van Lymexylon navale (Lymexylidae) op Landgoed De Velhorst bij Almen (Gelderland), zijn zeven exemplaren van Corticeus fasciatus (Tenebrionidae) gevangen. De soort is nieuw voor de Nederlandse fauna en in geheel Europa zeldzaam, omdat ze in een bijzondere habitat leeft.

Corticeus fasciatus wordt namelijk in West-Europa hoofdzakelijk gevonden op nog staande oude dode eiken, waarvan zowel de schors als het cambium reeds vergaan is en alleen het harde kernhout nog aanwezig is.

De soort komt ook voor op de lijst met zogenaamde 'Urwald relict'-soorten. Op deze lijst staan 115 Europese doodhoutkeversoorten die voldoen aan diverse criteria zoals ongestoorde continuïteit van de ouderdom- en vervalfase van grote bomen en hoge kwaliteit en kwantiteit van het dode hout.

Bron:
Burgers, J. 2018
Corticeus fasciatus (Coleoptera: Tenebrionidae), een nieuwe doodhoutkever voor de Nederlandse fauna
Entomologische Berichten 78 (3): 88-90

Foto: Theodoor Heijerman

top

Vier nieuwe dwergcicaden

De dwergcicaden Edwardsiana diversa, Eupteryx curtisii, Synophropsis lauri en Zygina lunaris worden in een artikel in vaktijdschrift Entomologische Berichten nieuw voor Nederland gemeld.

Synophropsis lauri en Zygina lunaris zijn zuidelijke soorten waarvan het areaal zich de laatste jaren naar het noorden, waaronder ook Nederland, uitbreidt.

Eupteryx curtisii is nauw verwant aan E. stachydearum en pas recent is bekend geworden dat beide Eupteryx-soorten als echte soorten beschouwd moeten worden en van elkaar onderscheiden kunnen worden door de mannelijke genitaliën te bestuderen.

De ontdekking van Edwardsiana diversa is vooral te danken aan de intensievere verzamelactiviteiten in de laatste jaren.

Bron:
Bieman, C.F.M. den & M. de Haas 2018
Vier nieuwe dwergcicaden voor Nederland (Homoptera: Cicadomorpha: Cicadellidae)
Entomologische Berichten 78 (3): 102-106

Foto Eupteryx curtisii: Theodoor Heijerman

top

Een foretische mijt op kevers

Nimfen van de mijt Boletoglyphus boletophagi zijn op een aantal locaties op de Veluwe gevonden. Deze soort was nog niet uit ons land bekend.

De nimfen leven vastgehecht aan insecten om zo nieuwe leefgebieden te bereiken. De gastheren voor B. boletophagi zijn kevers die gerelateerd zijn aan zwammen op dood hout.

In Nederland zijn nu de zwartlijf Bolitophagus reticulatus en de houtzwamkever Cis castaneus als gastheer vastgesteld.

Een onderzoek aan foto's op Waarneming.nl bracht aan het licht dat de mijt ook in Noord-Brabant, Limburg en Overijssel voorkomt en de eerste foto waar de mijt op staat stamt uit 2015.

Bron:
Heijerman, Th. 2018
De foretische mijt Boletoglyphus boletophagi voor het eerst gemeld voor Nederland (Acari: Acaridae)
Entomologische Berichten 78 (3): 107-111

Foto Boletoglyphus boletophagi op Bolitophagus reticulatus: Theodoor Heijerman

top

Agenda t/m september 2018
29 juni - 2 juli Genootschapsweekend Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
30 juni Excursie Zuid-Oost Friesland Nederlandse Malacologische Vereniging
1 juli Libellenexcursie Leersumse Veld Staatsbosbeeer
7 juli Libellenexcursie Terneuzen Libellenvereniging Vlaanderen
13 juli Wantsenexcursie Siebengewald Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
14 juli Mierenwerkgroep, Excursie Hollandse Duinen Nederlandse Entomologische Vereniging
14 juli Plantengallenexcursie Meijendel 5000-soortenjaar
15 juli Libellenexcursie Leersumse Veld Staatsbosbeeer
16 juli Werkavond mollusken determineren Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
21 juli Molluskenexcursie Venray-Leunen Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
21 juli Pissebeddenexcursie Vielsalm Werkgroep voor landpissebedden van België
27 juli Wantsenexcursie Curfsgroeve Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
5 augustus Nachtvlindernacht Meijendel 5000-soortenjaar
11 augustus Sectie Hymenoptera, zomerexcursie Nederlandse Entomologische Vereniging
13 augustus Werkavond mollusken determineren Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
17 augustus 5000-soortenjaar libellenexursie Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie
18 augustus Sectie Diptera, dagexcursie Nederlandse Entomologische Vereniging
18 augustus Molluskenexcursie ten ZO van Weert en Leudal Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
19 augustus Pissebeddenexcursie Meer Werkgroep voor landpissebedden van België
19 augustus Libellenexcursie De vallei van de Ziepbeek en de Neerharenheide Libellenvereniging Vlaanderen
24 augustus Wantsenexcursie Meers / Maasband Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
25 augustus Wantsen- cicaden- en bladvlooienexcursie Hoek van Holland & Staelduinse Bosch vorige nieuwsbrief
25 augustus 72e verenigingsdag Nederlandse Malacologische Vereniging
27 augustus Sprinkhanentelling Hollandse Duinen 5000-soortenjaar
7 september Nachtvlinderen in Noordwijk 5000-soortenjaar
7-9 september Sektie Everts, excursieweekend Nederlandse Entomologische Vereniging
8 september Molluskenexcursie Herkenbosch Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
8 september Molluskenexcursie Herkenbosch Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
14-16 september Centraal-Europese cicadenbijeenkomst Nederlandse Entomologische Vereniging
21 september Waterwantsenexcursie Beegderheide Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
22 september Wantsenexcursie middagexcursie ergens centraal in Nederland vorige nieuwsbrief
22 september 73e verenigingsdag Nederlandse Malacologische Vereniging
22 september Pissebeddenexcursie La Roche-en-Ardenne Werkgroep voor landpissebedden van België
24 september Werkavond mollusken determineren Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
29 september Excursie Schokland Nederlandse Malacologische Vereniging

top

Van de redactie

Dit is het éénenveertigste nummer van Tentakel, de digitale nieuwsbrief over ongewervelde dieren. Deze nieuwsbrief verschijnt onregelmatig naast de reguliere papieren EIS-nieuwsbrief.

In de nieuwsbrief is plaats voor allerlei korte berichten die het onderzoek aan ongewervelden in Nederland aangaan: berichten van het EIS-bureau, oproepen, bijzondere en fenologische waarnemingen, aankondiging van rapporten en boeken en een activiteitenagenda. Ook al uw bijdragen zijn welkom. U kunt deze sturen naar eis@naturalis.nl.

De nieuwsbrief is opgezet als Internetpagina (in HTML) en kan in de meest gangbare e-mailprogramma's worden gelezen. Met de berichtopmaak/e-mailindeling ingesteld op (originele) HTML ziet u behalve tekst ook plaatjes en kunt u via de blauwe links eenvoudig alleen dat nieuws er uit pikken dat u interesseert. Mocht u problemen hebben met het instellen van het HTML-formaat in uw e-mailprogramma schroom dan niet en neem gerust contact op. Of probeer het hier met uw webbrowser. Hier zijn ook alle reeds verschenen nummers beschikbaar.

Mocht u geen belangstelling (meer) hebben voor deze nieuwsbrief: een retour-mailtje naar dit adres is voldoende om uw e-mailadres te verwijderen van deze mailinglist. Aanmelden op dit adres is vanzelfsprekend ook mogelijk.

U kunt onze nieuwtjes volgen door u aan te melden via onze pagina op Facebook.

Ed Colijn

top

Over EIS

Stichting EIS Kenniscentrum Insecten 
doet onderzoek aan insecten en andere ongewervelden en geeft voorlichting en adviezen over beheer en beleid.

Tentakel

Wilt u in het vervolg onze nieuwsbrief Tentakel ontvangen? Meldt u dan hieronder aan.
* Required

donateur

Word voor € 22,50 donateur en ontvang Nederlandse Faunistische Mededelingen en Entomologische Tabellen

Ja Ik word donateur

Contact

EIS Kenniscentrum Insecten
Postbus 9517
2300 RA Leiden
(+31) 071 7519314
eis@naturalis.nl   

Bezoekadres
Vondellaan 55 
2332 AA Leiden