Standpunten EIS

Bepaalde zaken verschijnen regelmatig in het nieuws met betrekking tot insecten. Op deze pagina staat onze visie hierover.

inzaaien bloemenmengsels

Bloemenmengsels inzaaien om daarmee de bijen en andere bestuivers te helpen is meestal goed bedoeld, maar de visie van EIS is hier zeer terughoudend mee om te gaan. 

Ook in wegbermen, tuinen en stedelijk gebied groeien van nature veel planten die prima zijn voor bestuivers. Bijen en andere bloembezoekers zijn dol op gewone stads- en bermplanten als paardenbloemen, klavers, dovenetels, boterbloemen en hondsdraf. En goed beheerde berm of grasland hoeft niet ingezaaid te worden. Door goed maaibeheer kan de natuurlijke vegetatie zich ontwikkelen tot een waardevol leef- en foerageergebied voor bijen. Ook bij natuurontwikkeling zou inzaaien/maaisel uitstrooien uitsluitend in overleg moeten gebeuren met specialisten die weten hoe de bodemsamenstelling en inheemse flora eruit ziet. Eventueel zou het nuttig kunnen zijn bij behoefte aan snel resultaat of als "tussenoplossing" om de tijd te overbruggen tot andere beheersmaatregelen gaan werken.

Lees hier meer over de zin en onzin van inzaaien.

honingbijen

Het is vaak een goedbedoelde gedachte: het gaat slecht met de bijen, dus moeten we meer kasten met honingbijen plaatsen. Door de imkerij is de honingbij echter veruit de meest talrijke bijensoort in Nederland. Dit gaat ten koste van de meer dan 360 wilde bijensoorten die hier van dezelfde voedselbronnen afhankelijk zijn als de honingbij. De Nederlandse bijen zijn dus niet gebaat bij nog meer honingbijen. In sommige gebieden, zoals natuurgebieden met bijzondere wilde bijenpopulaties, zouden het er zelfs beter minder kunnen zijn.

Lees hier meer over voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen en de gevolgen hiervan. 

(grote) bijenhotels

Op kleine schaal zijn bijenhotels leuk en educatief. Een klein bijenhotel in eigen tuin, in een stadspark of elders in een stedelijke omgeving is een goede manier om het publiek voor te lichten en draagvlak voor een insectenvriendelijke omgeving te vergroten. Soms dreigen deze goede bedoelingen echter een beetje door te slaan, bijvoorbeeld wanneer er plannen worden gemaakt om reusachtige complexen van 'bijenflats' te bouwen (een soort bijen-Bijlmer...). Zulke ideeën schieten hun doel voorbij.

Zo'n 70% van de meer dan 360 Nederlandse bijensoorten nestelt in de bodem. Deze zullen nooit van bijenhotels gebruikmaken. Van de resterende 30% nestelt slechts een klein aantal soorten regelmatig in bijenhotels. Met bijenhotels zul je de achteruitgang van de Nederlandse bijenfauna dus niet stoppen. Bijenhotels op zeer grote schaal kunnen plaatselijk zelfs averechts werken: het sterk bevoordelen van een klein aantal soorten, kan andere soorten benadelen als gevolg van voedselconcurrentie. 

Dus: plaats of bouw gerust een klein bijenhotel voor je eigen plezier of vanuit educatief oogpunt in een omgeving waar vaak mensen langskomen. Zie het echter niet als een belangrijke beschermingsmaatregel voor wilde bijen, en bouw geen 'bijen-Bijlmer'...