exotische mieren

Nederland komt als handels- en doorvoerland veel in aanraking met exoten. De handel in planten zorgt er voor dat er ook veel exotische mieren in ons land terecht komen. In totaal zijn er in ons land 39 gevestigde exoten vastgesteld, waarvan er ook 9 in het buitengebied voorkomen. De overige exoten komen alleen in verwarmde gebouwen voor. Naast deze soorten bestaat er ook een lange lijst met tientallen mierensoorten die naar Nederland versleept zijn, maar zich tot nu toe niet gevestigd hebben.  

Enkele van de gevestigde mierenexoten gedragen zich invasief in ons land. Mieren kunnen zowel  de flora als de fauna beïnvloeden. Door hun sociale leefwijze kunnen ze zo talrijk worden, dat ze voedsel- en ruimteconcurrenten zijn voor andere dieren. Het zijn generalistische predatoren met een groot effect op allerlei prooidieren. Vanwege hun symbiontische relatie met bladluizen, beschermen zij deze, waardoor ze toenemen; mieren hebben daardoor indirect invloed op de planten en dieren die van die planten afhankelijk zijn. Op de lijst van ‘100 of the world’s worst invasive alien species’ staan dan ook maar liefst vijf mierensoorten, die alle vijf ook in Nederland zijn aangetroffen en waarvan de Argentijnse mier Linepithema humile en de glimmende dikkop Pheidole megacephala zich ook daadwerkelijk gevestigd hebben.

Voorlopig spelen er alleen nog maar problemen in het stedelijke gebied, waar naast de effecten op flora en fauna ook vaak overlast wordt gemeld, zoals mieren in huis, verzakte stoepen en aantasting van tuinplanten. Het is echter niet uit te sluiten dat – bijvoorbeeld na nog een periode van klimaatopwarming – deze problematiek zich ook uitbreid naar natuurgebieden.

Signalering exotische mierensoorten

Het is lastig om een eenduidige signalering voor exotische mieren te geven. Er zijn veel soorten in ons land bekend en bovendien is er ook een half dozijn inheemse mierensoorten die soms als overlast gevend worden ervaren. Algemene, maar niet altijd optredende, kenmerken van exotische mieren zijn:

  • er is vaak geen sprake van een fysiek nest, maar allerlei mogelijke gaatjes worden bewoond
  • een deel van de soorten is erg klein
  • de aantallen werksters bij een voedselbron zijn vaak erg hoog
  • binnen is er vaak jaarrond werksteractiviteit.

Het is belangrijk om zulke soorten te melden bij EIS, zodat invasieve exoten vroegtijdig aangepakt kunnen worden en trends in verspreiding van exoten gemonitord kan worden.

In huis is een van de indicaties voor exotische soorten hun permanente activiteit, ook als het buiten koud is. Een binding aan de seizoenen is er nauwelijks en dat betekent dat het nest zich in een verwarmd gedeelte van het huis bevindt, plekken waar exotische mieren zich graag ophouden. Een behoorlijk aandeel van de exotische plaagsoorten in gebouwen is klein tot zeer klein. Kanshebbers zijn de gele faraomier Monomorium pharaonis, spookdraaigatje Tapinoma melanocephalum, witvoetmier Technomyrmex vitiensis, tropische staafmier Hypoponera ergatandria (werksters verstopt in plantpotten), dikkopmieren Pheidole en dwergschubmieren Plagiolepis.

Lastiger zijn de exoten die zowel binnen als buiten voorkomen, zoals mediterrane draaigatjes Tapinoma nigerrimum complex, Argentijnse mier Linepithema humile, plaagmier Lasius neglectus en ook weer soms dwergschubmieren Plagiolepis en dikkopmieren Pheidole. Zij hebben nesten die wel (gedeeltelijk) onder invloed staan van het seizoen en zijn daardoor minder actief in koude perioden. Buiten kan bij deze soorten vaak goed worden waargenomen dat er nauwelijks sprake is van afgebakende nesten, maar dat allerlei mogelijke nestelplekjes worden bewoont en dat werksters van al die verschillende nestelplekjes met elkaar uitwisselen.

Nederland kent ook verschillende inheemse soorten die vlak bij of in huizen voorkomen, waarvoor melding maken niet direct van belang is. De meest voorkomende staan hier genoemd en door op de soort te klikken, kom je op een fotopagina om ze te kunnen bekijken. De wegmier Lasius niger komt waarschijnlijk in elke tuin voor en ze graven dan in zand of perkjes hun nesten. Op warme en vochtige dagen in de zomer wordt er meer zand omhooggewerkt en verschijnen gevleugelde mieren voor hun bruidsvluchten. De boommier Lasius brunneus komt niet zelden voor in huizen, met name bij houten structuren die last hebben van vocht. Ze maken soms beperkte werksterstraatjes langs randjes van muren, ramen en vloeren. De schaduwmier Lasius umbratus is erg honkvast in het nest en de gele werksters worden niet veel gezien. Het nest kan soms in de spouwmuur of kruipruimte worden gemaakt en dat wordt pas merkbaar als er gevleugelde mieren uitvliegen en in huis terecht komen. De glanzende houtmier Lasius fuliginosus is een kenmerkende grote, glanzend zwarte soort die soms een losstaand nest maakt in kruipruimtes, maar ook (deels) houten balken kan bewonen. Deze inheemse soorten zijn alle behoorlijk algemeen in Nederland. Dat ze niet exotisch zijn, wil niet zeggen dat ze niet voor overlast zorgen. Ze kunnen op voedsel komen, reeds aangetast hout verder aantasten en soms massaal binnen voorkomen. Soms kan het nodig zijn om plaagbestrijders in te schakelen.

EIS onderzoekt en monitort exotische mieren. Zo dragen we bij aan betrouwbare determinaties, risicobeoordelingen, fact sheets en andere informatieverspreiding. Bij twijfel over een mierendeterminatie kan altijd contact opgenomen worden met EIS. Ook op de website ‘de Nederlandse mieren’ kan veel informatie en beeldmateriaal over plaagsoorten worden gevonden.

coördinator

Jinze Noordijk
EIS Kenniscentrum Insecten
Postbus 9517
2300 RA, Leiden
jinze.noordijk@naturalis.nl

André van Loon
EIS Kenniscentrum Insecten
Postbus 9517
2300 RA, Leiden
andre.vanloon@naturalis.nl

soortpagina's

Mediteraan draaigatje Tapinoma nigerrimum-complex

Plaagmier Lasius neglectus

Argentijnse mier Linepithema humile

 

publicaties

Boer, P., J. Noordijk & A.J. van Loon 2018. Ecologische atlas van Nederlandse mieren (Hymenoptera: Formicidae). - EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.  

Noordijk, J., P. Boer, A.J. van Loon & M. Brooks 2017. Invasieve mieren vragen om een gecoördineerde aanpak. - De Levende Natuur 118: 134-135.